Sandra, 68 jaar
"Schouders eronder werkte niet meer"
Het begon heel onschuldig: een middag voetballen met mijn kleinkinderen. Ik ging onderuit en drie dagen later had ik nog steeds pijn in mijn nek. Eerst dacht ik: het zal wel overgaan. Maar bij de neuroloog bleek dat er van alles mis was. Er dreigde zelfs een dwarslaesie. Ik werd geopereerd en kreeg 2 nieuwe tussenwervelschijven, maar binnen drie maanden was de slijtage van de andere wervels veel erger dan gedacht. Vanaf dat moment leefde ik met chronische pijn, met uitstralingen naar mijn armen, handen en vingers.
Ik moet vaak liggen om de pijn weg te laten zakken, terwijl ik juist iemand ben die altijd bezig is. Op dat moment werkte ik aan een boek, schreef en tekende veel. In die tijd vocht ik enorm tegen mezelf. Want even liggen doe je als je moe bent, en ik ben nooit moe. Injecties bij de pijnpoli hielpen ook nauwelijks.

Ik wilde leren omgaan met mijn energie en pijn wilde graag hulp bij het vinden van meer balans. Deze vraag legde ik neer bij de arts van de pijnpoli en zo kwam ik bij CIR terecht, een paar jaar na mijn operatie. Ik ging er blanco in: alles wat het me op kan leveren is meegenomen. Ik dacht dat het traject heel fysiek zou zijn, met apparaten. Maar het was juist veel praten. Als ik afgeleid ben, voel ik de pijn niet, maar daarna wel extra hard. Daarom zocht ik altijd afleiding: ik voel het niet, dus is het er niet.
Het eerste gesprek met mijn CRT’er was een eyeopener. Ze vroeg hoe ik zat in mijn energie. Ik zei: die is 90 tot 99%, die is er wel. Toen legde ze uit hoe mijn batterij eigenlijk altijd leeg was. Dat inzicht was confronterend, maar ook het begin van verandering.
“Ik dacht altijd: hop, de schouders eronder. Maar die schouders moesten dat eigenlijk niet meer doen.”
Tijdens de groepssessies viel alle informatie al op z’n plek en in de individuele sessies kreeg ik nog meer inzichten. Van kleine opmerkingen als ‘waarom loop je zo snel?’ tot het inchecken bij mezelf; iets wat ik uit de weg ging omdat ik dan juist de pijn voelde. Langzaam begreep ik waarom ik deed zoals ik deed.
Het midden van het traject vond ik heel zwaar. Ik was streng voor mezelf: op de bank liggen voelde lui. Maar door spiegelen leerde ik waar mijn patronen vandaan kwamen en hoe ik het anders kon doen. De confrontatie maakte het zwaar. Waar ik altijd dacht: hop, schouders eronder, moest ik leren dat die schouders dat niet meer konden.
Bij CIR voelde ik veel empathie. Nooit werd gezegd: je bent dom bezig. Er werd gespiegeld, maar altijd met begrip. Daardoor kon ik ook naar mezelf met meer begrip kijken. Dat vind ik nog steeds lastig, maar ik kan nu mijn gedachten controleren en denken: ik zorg nu voor mezelf.
Het traject bracht ook vragen voor de toekomst. Ik moest mijn leven aanpassen zodat ik goed voor mezelf kon zorgen. Dat betekende ook veranderingen voor mijn man. Simpele dingen zoals boodschappen doen of de hond uitlaten moesten anders. Tijdens het traject viel ik thuis een keer. Ondanks de verschrikkelijke pijn ging ik naar CIR. Mijn behandelaar liep mee naar buiten en zei: “Nu ga jij naar huis, ik los het verder op.” Ik dacht: oh, zo kan het ook. Dat soort momenten brachten me een zachtere blik naar mezelf.
Ik leerde dus meer loslaten: het is zoals het is en het gaat zoals het gaat. Ik hield altijd vast aan controle, wat de pijn verergerde. Nu ben ik meer ontspannen. Dat merkt mijn omgeving ook. Voor mezelf betekent het dat alles niet meer zo perfect hoeft.
"Ik hield heel erg vast aan controle. Nu ben ik meer ontspannen en dat merkt mijn omgeving ook."
Sandra
Nu na het traject zijn er nog steeds lastige dingen. Grenzen aangeven blijf ik moeilijk vinden. Ik wil niet zielig gevonden worden. Maar ik heb het gevoel dat ik daar wel ga komen, met hulp van mijn partner.
Het traject zorgde voor grote veranderingen. Ik dacht altijd dat mijn werk als illustrator en schrijver geen leeftijdsgrens had. Maar omdat dat zoveel pijn opleverde, besloot ik op mijn 67e met pensioen te gaan. Dat heb ik mooi afgesloten met een feestje en een kinderboek over dwarslaesie.
Nu focus ik me op andere creatieve projecten. Ik heb een naaimachine gekocht. Dat werkt goed voor mijn lichaam, want ik kan het even doen en dan weer laten liggen. Ik heb veel geleerd van het traject. Het was warm en waardevol. Ik had niet verwacht dat het zoveel over mij als persoon zou gaan, maar dat heeft me juist veel opgeleverd. Ik voelde me gezien. Voor de behandelaren is het misschien lopende bandwerk, maar iedereen deed alsof jij de eerste bent die dag. Ze zagen mij gewoon als Sandra, niet als Sandra met fysieke problemen.
Als ik terugkijk op mijn leven voor het traject, geef ik het een 4. Ik vocht tegen de pijn en had niet de tools die ik nu heb. Nu geef ik mijn leven een 8. Mijn omgeving zei vroeger: doe nou niet, dat doen wij wel. Nu verdelen we alles. Dat verbindt juist meer; een win-win.

Wil jij ook leren omgaan met chronische pijn?
Bij CIR kijken we niet alleen naar je klachten, maar naar jou als persoon. Wil je weten of ons programma jou kan helpen? Lees meer over onze aanpak of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Lees meer verhalen
Aan de slag met jouw chronische pijn?
Om een behandeling te starten, heb je een verwijzing van je huisarts, medisch specialist of bedrijfsarts nodig. Wij helpen je graag op weg.